Je kiest vanavond voor een salade. Goed bezig. Maar er staat ook een bakje friet op tafel, en plotseling is het alsof die friet je naam roept. Je weet dat de salade ‘beter’ is. Je wil gezonder eten. Maar toch gaat je hand als vanzelf naar de friet.
Dit is geen gebrek aan karakter. Dit is biologie.
Je lichaam is lang, lang geleden ontworpen in een wereld van schaarste. In die wereld was het slim om zoveel mogelijk calorieën binnen te krijgen zodra die beschikbaar waren omdat je wist niet wanneer het volgende maal zou komen. Vet- en suikerrijk voedsel bevat lekker veel energie, en je brein beloonde het eten ervan met een shotje dopamine.
Datzelfde mechanisme zit nog steeds in je. Alleen leven we nu in een wereld van overvloed, waarin suiker en vet overal en altijd beschikbaar zijn. Je brein stuurt nog steeds dezelfde signalen: ‘neem het nu, want straks is het er misschien niet meer’. Maar bij mij is de supermarkt gewoon open van 7:00 tot 22:00.
Hetzelfde geldt voor beweging. Je voorouders bewogen wanneer het moest: om voedsel te vinden, te vluchten, om te bouwen. Onnodige beweging verspilde kostbare energie. Je lichaam is dus van nature gericht op energiebesparing. Stilzitten is dan efficiënt.
In een wereld waar we de hele dag op een stoel zitten, is dat een probleem, maar het is geen karakterfout. Het is je lichaam dat doet waarvoor het gemaakt is.
Dit verklaart ook waarom gezond gedrag zo tegen de stroom in voelt. Je vecht niet alleen tegen gewoontes. Je vecht tegen een hele lange periode aan evolutie die jou heeft geprogrammeerd om calorieën op te slaan en energie te sparen.
Dat klinkt misschien ontmoedigend, maar het is ook bevrijdend. Als je weet dat je lichaam biologisch gericht is op vet, suiker en rust, kun je stoppen met jezelf de schuld te geven dat het zo moeilijk is. Het ís moeilijk, dat klopt. Voor iedereen. Gezond leven gaat daarom niet over wilskracht. Het gaat over begrijpen hoe je lichaam werkt, en van daaruit vriendelijk en realistisch leren navigeren. Niet ertegen vechten, maar ermee samenwerken.